Iemand terechtwijzen

Mateus schrijft :

Als een van je broeders of zusters tegen je zondigt, moet je die daarover onder vier ogen aanspreken. Luisteren ze niet, neem dan een of twee anderen mee, zodat de zaak zijn beslag krijgt dankzij de verklaring van ten minste twee getuigen. Als ze naar hen niet luisteren, leg het dan voor aan de gemeente. (Mt. 18,15a-17a)

 

De tekst staat tussen twee andere teksten: ervoor staat de parabel van de herder die op zoek gaat naar het verloren schaap en erna staat de vraag van Petrus hoe vaak hij moet vergeven.
Dus deze tekst gaat niet alleen over iemand terecht wijzen, maar dit staat in combinatie met zoeken naar wat verloren is en iemand vergeven. Deze samenhang mag nooit uit het oog verloren raken, anders lijkt het evangelie van vandaag een rechtvaardiging om iemand terecht te wijzen en na herhaalde vermaningen uit de kerk te zetten.
 
Jezus vraagt een zorgvuldige houding van ons en daarom spreekt hij in de tekst over drie etappes.
- De eerste is om persoonlijk te spreken. Niet om de ander te corrigeren, maar om hem te laten zien hoe zijn gedrag overkomt. Dus het is bedoeld als een geschenk om de ander te helpen in zijn groei.
- De tweede is om een buitenstaander erbij te betrekken. Bij huwelijksproblemen kan dit bijvoorbeeld een psycholoog zijn. Iemand van buiten kan soms verrassend anders naar zaken kijken en suggesties geven.
- Als laatste is het om het in een groep te bespreken. Denk bijvoorbeeld aan de zelfhulpgroepen zoals die er bestaan voor verslaafden. Iedereen worstelt met hetzelfde en men wil elkaar ondersteunen. En als iemand naar een andere plaats gaat, dan zoekt hij daar een groep.
 
Door op deze manier naar de tekst te kijken krijgt het een veel ruimere dimensie dan alleen maar kerkelijke veroordelingen en biedt de tekst een openheid naar een toekomst. Een toekomst waarin iedereen zichzelf kan zijn, maar ook kan groeien in heiligheid.

Jezus ontmoeten

Als mensen bij het graf van Jezus komen en ze zien dat de steen in weggerold, dan zijn er twee verschillende mogelijkheden:
- Marie Madeleine en Johannes blijven buiten staan
- Petrus gaat naar binnen.
Alle drie hebben pas erna een ontmoeting met Jezus buiten het graf; in de tuin, in de bovenzaal, al lopende.
Daarom heeft het ook geen zin om de Heilige Graf kerk in Jeruzalem te bezoeken, in de hoop om Jezus daar te ontmoeten. Want het zal pas erna gebeuren.
Men kan Jezus niet ontmoeten op de plek waar hij was in het graf; dus in het verleden, maar op de plek waar je nu bent; dus in het heden.
Dan moeten we wel goed leren kijken, want Jezus draagt niet een groot bord waarop staat “ik ben Jezus”, maar hij gaat schuil achter mensen van iedere dag.

Liefde

Op het einde van het evangelie van Johannes vraagt Jezus drie keer aan Petrus:

heb je mij lief? (Joh. 21,15)

Ik denk niet dat Jezus twijfelt aan de liefde van Petrus, maar dat hij Petrus de gelegenheid geeft om het hardop uit te spreken.
Net als in een huwelijk. Iemand kan zeggen: de ander weer toch dat ik van die persoon houd, dus ik hoef het nooit uit te spreken en ik hoef het nooit te laten merken. Maar dit gaat niet werken in een huwelijk.
Eigenlijk is het net als in het gebed: het gebed is ook een mogelijkheid dat we uitspreken wat God voor ons betekent en dat we van hem houden. En dat doen we niet 1 keer, of 3 keer, maar iedere dag.
Bemin God en jouw naaste, zegt Jezus tegen ons. Dus onze liefde tot god en de naaste worden verbonden.
Net als Jezus in het evangelie doet. Hij zegt tegen Petrus:

Simon, zoon van Johannes, heb je mij lief … Weid mijn lammeren. (Joh. 21,15)

Dus als Petrus echt van Jezus houdt, dan moet hij dit laten zien aan de lammeren, dus aan de christenen die aan zijn zorgen zijn toevertrouwd. Zijn liefde voor Jezus moet hij concreet maken naar zijn medebroeders.
De vraag en reactie van Jezus geeft eigenlijk het wezen van de kerk weer. De nadruk ligt niet op organisatie, maar op dienstbaarheid. Omdat we van Jezus houden.

Gevaar van tweedeling

Bij zijn afscheid zegt Paulus tegen de christenen van Efese:

Ik weet dat er na mijn vertrek woeste wolven bij u zullen binnendringen, die de kudde niet zullen ontzien. Uit uw eigen kring zullen mensen voortkomen die de waarheid verdraaien om de leerlingen voor zich te winnen. (Hand. 20,29-30)

Dit kunnen we ons goed voorstellen. Want het christendom is de meest vervolgde godsdienst ter wereld. In veel landen worden christen tegengewerkt, gemarteld of gedood. Het aantal vervolgde christenen is 360 miljoen, een stijging van 20 miljoen ten opzichte van vorig jaar. In 2021 werden gemiddelde per dag 16 christenen om hun geloof vermoord. De vervolging van christenen is de afgelopen vijf jaar met bijna 70% toegenomen, en er zijn geen tekenen dat het minder wordt.
Zelfs in Frankrijk worden elke dag 2 kerken aangevallen. Dit zijn allemaal aanvallen op de kudde van buitenaf
 
Paulus spreekt ook over aanvallen van binnenuit de kerk zelf. Hierbij is het gemakkelijk om in algemeenheden te spreken. Als men probeert het concreter te maken, dan komt men op glad ijs.
Om maar eens een hele indringende vraag te stellen: zitten deze wolven ook onder de kardinalen?
Als men hierbij namen gaat noemen, dan gaat het altijd over mensen die een andere mening hebben dan ik over wat het betekent om kerk te zijn in deze tijd. En als deze kardinaal zijn mening duidelijk naar voren gaat brengen, dan wordt mijn mening over hem alleen maar versterkt. Zo kan de kerk verdeeld raken in progressief of conservatief, in vóór of tegen de paus. Of een andere tegenstelling.
 
Hoe kan deze dreigende scheuring overwonnen worden?
Allereerst om de anderen niet als wolven te zoen die de kerk aanvallen, maar als mensen met een andere mening.
De tweede stap is om een dialoog te beginnen en om goed te luisteren. Wat wil die ander eigenlijk zeggen? Waar is die ander het om te doen?
Als de monnik Maarten Luther kritiek uit op mistoestanden in de kerk, dan schrijft paus Leo X in 1520 de bul “Exsurge Domine”: Rijs op Heer, want vossen en wilde zwijnen willen de wijngaard verwoesten.
 
Het gaat er nu niet om, om een van de twee partijen te veroordelen, maar om onszelf op te roepen tot werkelijk luisteren als iemand een andere mening heeft. Want ook die ander kan namens de heilige Geest spreken.

Cenakel

Na de hemelvaart van Jezus zijn de leerlingen teruggaan naar een bovenvertrek, zonder verdere toevoegingen welke deze zou zijn (Hand. 1,12). Misschien is dit dezelfde bovenvertrek als waar het laatste avondmaal werd gevierd. In de traditie worden ze vereenzelvigd en wordt deze kamer het ‘cenakel van Jeruzalem’ genoemd. De bovenkamer die men nu in Jeruzalem kan bezoeken is van veel latere datum.
Verschillende gebeurtenissen hebben zich in dit bovenvertrek afgespeeld:
  • Het laatste avondmaal, wat we op Witte Donderdag vieren.
  • De plek waar de apostelen zich uit vrees hadden opgesloten en waar Jezus verscheen.
  • De plek waar de leerlingen na de hemelvaart met de vrouwen in gebed waren.
  • De nederdaling van de heilige Geest, wat we vieren met Pinksteren.
En waarschijnlijk is het ook de plaats waar de apostel Matthias gekozen werd en waar het apostelconcilie werd gehouden
 
Onze stichter Pater Eymard was erg geïnteresseerd om in dit bovenvertrek een communiteit van zijn congregatie te vestigen. Want het vormt een combinatie van Laatste Avondmaal, verschijningen, bidden en heilige geest. Een groot gedeelte van onze geloofsmysteries komen hier samen en van de eerste gebeurtenissen van de jonge kerk.
 
Later kwam Eymard tot het inzicht dat het niet om deze materiele plek van het cenakel gaat, maar om een geestelijk cenakel, dat iedere communiteit een cenakel wordt. Dat iedere communiteit een plek is waar mensen de eucharistie vieren, gezamenlijk bidden en openstaan voor de inspiratie van de heilige Geest. En waar ze beslissingen kunnen nemen en problemen kunnen oplossen. Kortom, dat ze plaatsen zijn die de gebeurtenissen in de bovenkamer levend houden.
 
Het cenakel is ook de plek waar de Verrezen Heer kan worden ontmoet.
In onze tijd vormen wij als christenen een minderheid in Europa. En dit zou ons kunnen ontmoedigen. Er is een boek met als titel:

Jésus le Dieu qui riait.

Tweeduizend jaar lang hebben christenen nagedacht over een ernstige, pijnlijke, tragische Christus. Geen enkel kunstwerk, geen traditie, geen tekst gaat over een glimlach van Christus.
Het gevaar kan zijn dat ook wij zo door het leven gaan. Net als de apostelen die zich opsloten in het cenakel uit vrees voor de wereld.
 
Maar door Hem, met Hem en in Hem kunnen we iedere uitdaging aan en zal de glimlach nooit van ons gezicht verdwijnen. Dan zal ieder cenakel een bron van vreugde en inspiratie worden.